Print

Historie Brommelerhof

Written by Super User. Posted in Uncategorised

 Geschiedenis van de Brommelerhof

Uit “Boeren en hoeven in de vrije heerlijkheid Wijnandsrade”, Pierre Snijders, 1990.

De Brommelerhof was een der pachthoeven van de Heren van (kasteel) Wijnandsrade, gelegen in het uiterste oosten van de Vrije Heerlijkheid nabij Geleenbeek en watermolen (klein) Brommelen. De oude boerderij lag in de laagte, naast De Siep met vijver en wordt voor het eerst rond 1490 vernoemd. In 1646 worden de landerijen gedetailleerd beschreven: 47 bunder akkers, weyden, bempten, huijsweyde metten broeck, hoff en koolhoff. Door de eeuwen heen blijft de hoeve tussen 41 en 44 hectares groot. Jo van Brommelen bezit originele pachtcontracten tussen baron/frijherr of gravin Von/van den Bongardt en de familie L’Orthy/Lortije uit de jaren 1723 t/m 1809. De oude hoeve was geen gesloten geheel. Vanaf de weg (tussen Brommelen en Weustenrade) lag eerst de grote schuur met wagenloods (37x10 m), vervolgens evenwijdig daaraan een knechtenschuurtje (uit 1744, 5,6x3,8 m) plus de stallen voor runderen, koeien, varkens en kippen (in 1827 vernieuwd en vergroot tot 10 gebinten: 31,4x5,6 m), vervolgens de mestvaalt, vervolgens het woonhuis (15,7x8,5 m) met aansluitend melk-, veulen- en paardenstallen (in 1826 vernieuwd, 12,6x8,5 m). Daarachter lag de vijver en het bakhuis met schuur (5x7 m). Voor de boerderij aan de andere kant van de beek lag een moestuin van 50x41 m.
De huidige carréhoeve wordt in opdracht van de baron gebouwd tussen 1884 (schuur) en 1894 (?), enkele honderden meters verder op de hoogte richting Weustenrade. De (Duitse) baron verkoopt kasteel en diverse Limburgse boerderijen in 1916 en Opa Constant kan de hoeve kopen in 1917. Zie de plattegrond uit de jaren dertig, toen pa Joseph vanaf 15.3.1926 hier ging boeren (pachtersfamilie Vaessen vertrok naar hoeve Gitsbach bij Terworm). Tussen 1935 en 1950 nam hij boerderij en landerijen in eigendom over van zijn vader.

 
Iets over de moderniseringen op en rond de hoeve door pa. In 1927 wordt vanuit kasteelhoeve Tervieren via Weustenrade electriciteit naar de Brommelerhof doorgetrokken. Maar daarvoor moet hij wel voor vijf jaar een bepaalde hoeveelheid stroom afnemen. Hij koopt twee motoren: een kleine van 2,5 pk die vanuit de melkkamer een melkmachine, karnemelkcentrifuge, slijpsteen en in 1932 een waterpomp en deegmachine aandrijft (m.b.v. verplaatsbare lederen riemen). De motor van 10 pk – met krachtstroom – in een ruimte naast de toegangspoort drijft een molen in diezelfde ruimte aan en de dorsmachine die op de schuur of bij de mijten aan de overkant van de straat stond. Later – na de oorlog – dreef die ook een aardappelsorteermachine aan. De waterpomp vulde onder het melken een reservoir op zolder boven de melkkamer, waardoor we al snel stromend water in huis en vanaf 1938 in de stallen hadden. De graanmolen draaide ook meel voor de Tervierenhof van zijn vader. Begin jaren dertig worden ook aangeschaft: kunstmeststrooier, bietenmachine, sproeier, trieur, een bovensteenmolen, giervat, weide-pomp, nieuwe kar, varkensvoederketel van 200 liter, een hooihark op wielen enz. In 1932 wordt naast het woonhuis een aardappel-kiembewaarplaats van dubbelwandige glaswanden gebouwd. Tussentijds worden daarin ook kuikens uitgebroed (en wij kinderen mochten er in overnachten met groepjes welpen, vrienden en neefjes; hier bestond geen brandgevaar!). In 1934 krijgen we telefoon en in ’37 wordt het woonhuis verbeterd, o.a. met een wc beneden en boven en een badkamer. De bakoven verdwijnt uit de melkkamer richting de naastgelegen varkensstal en de mestvaalt wordt verplaatst van binnenhof naar achter de koeienstallen, naast een gierput. De doorvoer van de koeien via de binnenhof wordt dichtgemetseld en wordt bietenschuur. De binnenhof wordt bestraat en aangeplant, voorzien ook van schommel, wip en rekstang (dienstig voor het uitkloppen van vloerkleden). In 1937 begint de kanalisering van de Geleenbeek (afvoer ook van pikzwart-mijnwater).
Vanaf 1965 – als pa in het dorp gaat wonen en Jo (enkele jaren later tezamen met Tjeu) de boerderij overneemt – vinden in huis en vooral in en rond de gebouwen flinke moderniseringen en uitbreidingen plaats. Er komt centrale verwarming, een grote ligboxenstal wordt aangebouwd, de varkensstal wordt melkkamer, later verdwijnt de oven en daar komt een grote melktank te staan. De schuur wordt heringericht tot aardappelopslagruimte, tientallen jaren later wordt een aparte aardappelschuur gebouwd. Vantevoren is een grote machinerieënloods tegen de schuur aangebouwd.